van ICT recht

Subscribe to feed van ICT recht
Deskundig, praktisch en concreet juridisch advies tegen een passend tarief.
Bijgewerkt: 1 uur 8 min geleden

Shoppen vanuit de e-mail: koop op afstand?

vr, 09/22/2017 - 11:46

Er zijn steeds meer technologische ontwikkelingen op het gebied van online aankopen. Zo hoef je niet per se meer naar een webshop, maar kan je ook aankopen doen via mobiele apps, en straks ook vanuit de mailbox. Het op afstand sluiten van overeenkomsten heeft tot gevolg dat je te maken hebt met dwingende consumentenwetgeving, zoals informatieplichten en het herroepingsrecht. Dat betekent dat ook bij het kopen in de e-mail hieraan voldaan moet worden. Maar hoe?

De startup Rebel heeft technologie ontwikkeld waardoor de consument straks niet meer doorverbonden wordt naar de webpagina, maar de gehele aankoop plaatsvindt binnen zijn eigen e-mail. Dat werkt als volgt. Bij het bezoeken van een webshop kan de consument in de webshop aangeven dat hij later nog een keer naar zijn winkelwagen wil kijken. De inhoud van zijn winkelwagen wordt vervolgens naar zijn e-mail gestuurd. In zijn e-mail kan de consument zelf bijvoorbeeld nog de maat of kleur aanpassen en met één klik op de koopknop wordt het totaalbedrag afgeschreven van de gekoppelde creditcard en de order afgerond.

Daarnaast kan het ook goed mogelijk zijn dat de verkoper de consument op basis van zijn interesses gewoon een e-mail stuurt met producten die hij waarschijnlijk interessant vindt. Hierbij moet de verkoper wel altijd rekening houden met de regelgeving voor reclame!

Koop op afstand

De regels van de wet Koop op Afstand zijn van toepassing als er een overeenkomst gesloten wordt met een consument en er gebruik gemaakt wordt van één of meer technieken voor communicatie op afstand. Denk hierbij aan een webshop, maar ook aan websites waar je alleen offerteverzoeken kan indienen. Hiernaast moet de koop gesloten worden in het kader van en georganiseerd systeem. Een e-mailsysteem waarbinnen je aankopen kan doen kan je zien als een georganiseerd systeem omdat het sluiten van de overeenkomst echt op deze wijze is ingericht. Daarnaast wordt er gebruik gemaakt van een communicatietechniek op afstand; namelijk de e-mail.

Het gevolg van de koop op afstand is dat er verschillende verplichtingen zijn voor de verkopers. Zo moeten zij bijvoorbeeld informeren over hun bedrijfsgegevens, het herroepingsrecht, de algemene voorwaarden en het bestelproces. Een bestelproces is hierbij een belangrijk onderdeel en moet zo ingericht zijn dat het voor de consument duidelijk is wat hij bestelt. Fouten moeten gemakkelijk opgemerkt kunnen worden en zo nodig door de consument herstelt worden. De verkoper kan hieraan voldoen door meerdere pagina’s op te nemen in het bestelproces of door gebruik van een OneStepCheckout met de hierbij behorende vereisten.

Voor verkopers zijn dit veel verplichtingen. Maar maken zij gebruik van de mogelijkheid om het winkelwagenmandje naar de e-mail te verzenden dan hoeven ze bepaalde informatieplichten niet meer in de e-mail te verwerken. De consument is immers al op de website geweest die, als het goed is, voldoet aan de wettelijke vereisten. Het bestelproces in de e-mail moet natuurlijk wel gewoon voldoen aan de wetgeving. Ook bij de koopknop in de e-mail zal duidelijk moeten zijn dat de consument een betaalverplichting aan gaat. Gebruik dus bijvoorbeeld “afrekenen” of “kopen”. Daarnaast moeten de algemene voorwaarden ter hand gesteld worden en moet er een controlemogelijkheid zijn. Aan deze twee vereisten kan je voldoen door de volgende zin op te nemen, met link naar de algemene voorwaarden (inclusief pdf): “ik ga akkoord met de algemene voorwaarden en heb mijn bestelling en gegevens gecontroleerd en juist ingevuld.” Denk hierbij ook nog aan het versturen van een goede bevestigingsmail.

De vraag is of de verkoper ook bij het versturen van e-mails op basis van een klantprofiel, waarmee vervolgens aankopen gedaan kunnen worden, volstaat met de informatie op de website. De consument heeft natuurlijk al eerder op de webshop gekeken en besteld, maar dit kan natuurlijk al een flinke tijd terug zijn. De verkoper moet voor het sluiten van een overeenkomst de informatie aan de consument verstrekken. De verkoper doet er verstandig aan om de verplichte informatie dan ook binnen de e-mailomgeving aan de consument te verstrekken. De verkoper moet dit doen op een wijze die passend is voor de gebruikte middelen voor communicatie op afstand. Denk bijvoorbeeld aan in de e-mail een Pdf-bestand aanbieden met daarin o.a. informatie over garantie, levering, betaling en herroepingsrecht.

Voor nu betekent het voor de verkoper dat hij zich bewust moet zijn dat de wetgeving voor webshops ook van toepassing is op ‘’mailshops’’. Voldoe je hier niet aan? Dan riskeer je een boete van de Autoriteit Consument en Markt (ACM) en kan de consument tot twaalf maanden gebruik maken van zijn herroepingsrecht.

Zeker weten dat u voldoet aan alle relevante webwinkel regelgeving?

Webwinkels hebben te maken met speciale juridische eisen. Zo schrijft de wet voor dat u zich moet identificeren, dat uw algemene voorwaarden op een specifieke manier moeten worden aangeboden en dat u in een privacyverklaring moet toelichten wat u doet met persoonlijke informatie.

> Aanvragen van webshop scan of maak zélf juridische webwinkel documenten met onze generatoren op JuriDox

Het bericht Shoppen vanuit de e-mail: koop op afstand? verscheen eerst op ICTRecht juridisch adviesbureau.

Categorieën: Technieuws

Fataal ongeluk met zelfrijdende auto: Tesla medeschuldig

do, 09/21/2017 - 10:30

Op rtlz las ik dat de Amerikaanse Onderzoeksraad heeft geconcludeerd dat Tesla medeschuldig is aan het ongeluk in 2016 waarbij een bestuurder van een zelfrijdende Tesla om het leven kwam. De software van de zelfrijdende auto maakt het te gemakkelijk voor bestuurders om langere tijd niet op te letten, terwijl het bedrijf wel benadrukt dat bestuurders dit te allen tijde moeten blijven doen. Het was het eerste ongeluk waarbij de bestuurder van een zelfrijdende auto verongelukte en deze uitspraak heeft daarom een belangrijke positie in de doorontwikkeling daarvan.

Tijdens het ongeluk stond de Autopilot-modus van de Tesla aan, die de bestuurder ondersteunt bij diverse rijtaken. De auto kwam onder een vrachtwagen terecht die de weg overstak en de auto over het hoofd had gezien. Door gebrekkig gebruik door Tesla van de radarsensoren zag de Autopilot de vrachtwagen niet. Tesla was terughoudend in het gebruik van de sensoren, omdat ze vaak onterecht een waarschuwing gaven voor objecten die niet een direct gevaar vormde, zoals een blikje.

Het systeem maakte daarom vooral gebruik van de camera’s, welke niet ver genoeg vooruit konden kijken en niet goed in staat waren een wit voertuig tegen een witte lucht te onderscheiden. Daarnaast vertrouwde de bestuurder van de Tesla zelf teveel op het systeem waardoor hij niet aan het opletten was.

Aanpassingen software en sensoren zelfrijdende Tesla

Na het ongeluk heeft Tesla een aantal wijzigingen doorgevoerd. Zo hebben ze de software geüpdatet, zodat de radarsensoren van de auto meer gebruikt worden. Als de sensoren een eventueel gevaar oppikken, begint de auto al langzaam te remmen. Bovendien vergelijkt de software de data van andere Tesla’s om daarvan te leren. Als een object eenmaal als veilig is aangemerkt, wordt daar in het vervolg niet meer voor geremd.

Bestuurders moeten daarnaast verklaren dat ze begrijpen dat de Autopilot alleen onder bepaalde omstandigheden veilig is om te gebruiken. Namelijk op een gelijkvloerse snelweg met goede weersomstandigheden. Bovendien is de tijd verkort dat een bestuurder het stuur mag loslaten. De Onderzoeksraad acht deze maatregelen echter niet toereikend. Zo is het bijvoorbeeld nog steeds mogelijk om de Autopilot te gebruiken als je je niet op een gelijkvloerse snelweg bevindt.

Tesla benadrukt de eigen verantwoordelijkheid die bestuurders hebben om altijd op te blijven letten terwijl de Autopilot-modus aan staat. De Autopilot is een rij-assistent en maakt de auto slechts deels zelfrijdend. Het doel van Tesla is om uiteindelijk naar een geheel zelfrijdende auto te gaan, maar daar is voorlopig nog geen sprake van.

Wie is aansprakelijk bij ongelukken met zelfrijdende auto’s?

Dit doet de vraag rijzen wie aansprakelijk is voor zelfrijdende auto’s in geval van een ongeluk. In principe geldt dat de bestuurder, de persoon die achter het stuur zit, aansprakelijk is. Hij heeft tenslotte de controle over de auto. In het merendeel van de ongevallen is een menselijk doen of nalaten de oorzaak.

Met de komst van de volledig autonoom zelfrijdende auto wordt dit enigszins gecompliceerder. De auto maakt dan autonoom beslissingen en de bestuurder heeft daar geen invloed meer op. Er is dan geen sprake meer van een doen of nalaten van de mens. Het is de software van de auto die niet goed functioneert en bijvoorbeeld een situatie verkeerd interpreteert of niet goed communiceert met een stoplicht. Op dit moment is de zelfrijdende auto echter nog in de testfase. De huidige Autopilot geldt, zoals Tesla aangeeft, meer als een rij-assistent. Er dient altijd een mens achter het stuur te zitten om in te kunnen grijpen waar nodig.

De verantwoordelijkheid in geval van een ongeluk kan bij verschillende partijen liggen: de bestuurder / bezitter van de auto of de fabrikant. De fabrikant moet de auto op zo een manier programmeren dat de auto zo veilig mogelijk is voor zowel inzittenden als medeweggebruikers. We hebben het hier over productaansprakelijkheid of aansprakelijkheid voor gebrekkige zaken. Aan de andere kant is er de aansprakelijkheid van de bestuurder of houder van de auto die ook invloed kan uitoefenen op de situatie. Hierbij kan je denken aan het niet opletten van de bestuurder, maar ook aan het negeren van foutmeldingen.

De Amerikaanse Onderzoeksraad is dan ook tot een gedeelde aansprakelijkheid gekomen. De techniek van Tesla maakt het bestuurders te makkelijk om op de automatische piloot te vertrouwen en zich langere tijd niet bezig te houden met het besturen van de auto. Aangezien het systeem zich niet altijd automatisch aanpast aan gevaren, is dit wel nodig. Het systeem zorgt ervoor dat het risico op verkeerd gebruik door de bestuurder aanwezig blijft. Mede hierdoor is Tesla deels schuldig bevonden aan het ongeval. Echter zijn ook beide bestuurders schuldig bevonden.

Wetgeving over zelfrijdende auto’s

De Onderzoeksraad benadrukt het belang dat er snel minimale eisen komen waar zelfrijdende auto’s aan moeten voldoen. De Duitse regering heeft onlangs een wet aangenomen waar regels instaan voor het testen van zelfrijdende auto’s op de openbare weg. Het is op grond van die wet onder meer verplicht om een zwarte doos aan boord te hebben die in geval van een ongeluk kan vaststellen of de auto of de persoon reed. Aan de hand van die gegevens kan na afloop worden bepaald wie aansprakelijk is. Ook heeft Duitsland als een van de eerste landen wereldwijd richtlijnen gepubliceerd waarin ethische regels staan omtrent zelfrijdende auto’s. Zo moet een mens altijd beschermd worden, ook als dat betekent dat een dier of de omgeving wordt geschaad.

In Nederland is voorlopig alleen regelgeving aanwezig voor het testen van zelfrijdende auto’s. Het testen ervan is toegestaan, maar wel moet eerst een ontheffing worden aangevraagd bij de RDW. Qua aansprakelijkheid geldt voorlopig in ieder geval nog dat de bestuurder zelf verantwoordelijk is. Alleen wanneer het systeem niet goed werkt, kan de fabrikant verantwoordelijk zijn. Met de komst van de volledig autonome auto zou dat in de toekomst wel eens kunnen gaan veranderen.

Fotocredit: Tesla Model S – Pasa47 – Flickr – CC BY 2.0

Het bericht Fataal ongeluk met zelfrijdende auto: Tesla medeschuldig verscheen eerst op ICTRecht juridisch adviesbureau.

Categorieën: Technieuws

Gebruikmaken van biometrische gegevens? Gevoelig onder de AVG!

wo, 09/20/2017 - 11:40

Het verwerken van persoonsgegevens is al gauw noodzakelijk voor een hoop verschillende doeleinden. Een specifiek doeleinde, namelijk het herkennen van personen, is grotendeels gericht op twee hoofdactiviteiten in de vorm van identificatie en verificatie.

Beide activiteiten maken deel uit van de alledaagse praktijk in tal van sectoren. Een snelle en vaak precieze manier om in deze activiteiten te kunnen voorzien, is door gebruik te maken van biometrische technologie en biometrische gegevens.

Waar bij identificatie biometrische gegevens gebruikt worden om die te vergelijken met de gegevens van tal van anderen, wordt bij verificatie gekeken of specifieke fysieke, fysiologische (denk aan gezichtsuitdrukking) en/of gedragskenmerken gematcht kunnen worden aan de biometrische gegevens die zijn opgeslagen in een bepaalde database.

Biometrische gegevens in de praktijk

Naast dat verdachten in toenemende mate opgespoord en geïdentificeerd worden aan de hand van gezichtsherkenningstechnologie, heeft het gebruik van biometrische gegevens ook zijn weg gevonden naar het dagelijkse leven van burgers die niet in aanraking (wensen te) komen met justitie.

Zo worden biometrische gegevens voortkomend uit vingerafdrukken verwerkt in de chips van paspoorten om te dienen als eventueel extra verificatiemiddel. Ook worden datasets met daarin informatie over iemands gezichtsafmetingen vergeleken met het gezicht van iemand aan de deur bij een beveiligde toegangspoort. Op deze manier kan geverifieerd worden of iemand de bevoegdheid heeft om het pand te betreden.

Biometrische gegevens in de wet

Hoewel het gebruik dus al helemaal ingeburgerd lijkt in de dagelijkse praktijk en Europese adviesorganen zich al meerdere malen hebben uitgelaten over het gebruik ervan (bijvoorbeeld de Artikel 29 Werkgroep), is de introductie van een specifieke regeling over deze gegevens en het gebruik van bijbehorende technologieën, binnen Europees recht, tot op heden uitgebleven.

Onder de nieuwe Algemene Verordening Gegevensbescherming, die vanaf mei 2018 van toepassing zal zijn, zijn biometrische gegevens voor het eerst expliciet opgenomen in een wettelijke regeling. Het verwerken van biometrische gegevens werd door haar Nederlandse voorganger, de ‘Wet bescherming persoonsgegevens’, alleen impliciet behandeld onder de noemer van de algemene regelingen over persoonsgegevens.

Zoals gezegd brengt de ‘AVG’ hier verandering in. Allereerst wordt er specifiek aandacht besteed aan biometrische gegevens en worden ze gedefinieerd als: “persoonsgegevens die het resultaat zijn van een specifieke technische verwerking met betrekking tot de fysieke, fysiologische of gedrag gerelateerde kenmerken van een natuurlijke persoon op grond waarvan eenduidige identificatie van die natuurlijke persoon mogelijk is of wordt bevestigd, zoals gezichtsafbeeldingen of vingerafdrukgegevens” (artikel 4 lid 14).

Naast dat hier bepaald wordt welke (biometrische) gegevens onder de AVG vallen, worden biometrische gegevens in de verordening genoemd als een nieuwe categorie van ‘bijzondere persoonsgegevens’. De reden hiervoor zit ‘m in de gevoeligheid van de informatie die biometrische gegevens naar voren kunnen brengen. Hierbij kan gedacht worden aan een foto die gebruikt wordt om gezichtsherkenning mogelijk te maken, waarbij het dragen van bijvoorbeeld een keppel of hoofddoek – en dus de religieuze achtergrond van deze persoon – zichtbaar is.

Als we de letter van de wet volgen is iets dus alleen een biometrisch persoonsgegeven als het ook daadwerkelijk gericht is op de unieke identificatie van een persoon en wanneer hiervoor gebruik gemaakt wordt van specifieke technische middelen. Logischerwijs houdt dit in dat een foto van iemands gezicht enkel beschouwd kan worden als ‘biometrisch’ in de zin van de privacywetgeving, wanneer de foto gebruikt wordt om iemand te kunnen identificeren of verifiëren, via gezichtsherkenningstechnologie. Dit kan bijvoorbeeld gedaan worden aan de hand van het analyseren van de afstand tussen de neus en ogen. Een portretfoto ‘an sich’ voldoet dus niet aan deze eis.

Wat betekent de AVG (niet) voor het gebruik van biometrische gegevens?

Het bestempelen van biometrische gegevens als ‘bijzonder’ heeft een aantal gevolgen voor partijen die geïnteresseerd zijn in het verwerken van deze gegevens en het gebruiken van biometrische technologieën (in het Engels vaak ‘biometrics’ genoemd). Zo is in de regel de verwerking van biometrische gegevens verboden en mogen ze alleen bij uitzondering verwerkt worden. Dit kan het geval zijn wanneer een wettelijk vastgelegde uitzondering van toepassing is, of wanneer biometrische gegevens verwerkt worden door de politie met als doel een verdachte op te kunnen sporen.

Verwerkers van biometrische gegevens in Nederland hoeven echter niet compleet in de stress te schieten. De Uitvoeringswet Algemene Verordening Gegevensbescherming komt deze personen en organisaties namelijk (deels) tegemoet door gebruik te maken van de mogelijkheid in de AVG om als lidstaat zelf invulling te geven aan specifieke bepalingen in de Verordening.

Artikel 26 van deze uitvoeringswet regelt in dit verband dat ‘het verbod op het verwerken van biometrische gegevens niet van toepassing is wanneer deze verwerking plaatsvindt voor het doel van de identificatie (en verificatie) van de betrokkene.’ Hierbij is het wel noodzakelijk dat de verwerking van de biometrische gegevens, die de identificatie mogelijk maakt, proportioneel is om aan ‘gerechtvaardigde belangen’ te kunnen voldoen.

Dit kunnen belangen zijn van de verwerkingsverantwoordelijke (diegene die bepaalt voor welk doel gegevens verzameld moeten worden en de manier waarop dit gebeurt) of van een derde voor de specifieke verwerking van deze gegevens.

Sluiten de toegangspoorten voor het gebruik van biometrische data?

De mogelijkheden tot het gebruikmaken van bijvoorbeeld verificatieprocessen om een beveiligd kantoorgebouw binnen te komen lijken dus te blijven bestaan wanneer er een écht belang bij is. Hierbij kan gedacht worden aan een bedrijf met een enorm aantal medewerkers, waarbij anonimiteit op de loer ligt en gezichtsherkenning uitkomst kan bieden bij het beveiligen van het bedrijfsgebouw, de gevoelige informatie waarmee gewerkt wordt en het personeel dat er aan de slag is.

Gelet op de praktijk is dit een logische stap. Het gebruik van biometrische gegevens neemt alleen maar toe en de technologie verbetert constant. Echter, het gebruik moet wel gerechtvaardigd kunnen worden om ook aan deze uitzondering te kunnen voldoen.

Ook moeten geïnteresseerden in deze technologie er rekening mee houden dat de AVG andere nieuwigheden bevat die extra aandacht voor ze vereisen wanneer ze biometrische technologie daadwerkelijk (willen) implementeren. Hierbij kan gedacht worden aan een data protection impact assessment en het implementeren van privacy by design maatregelen.

Meer weten over privacywetgeving?

ICTRecht Academy verzorgt een basis– en verdiepingscursus privacywetgeving waarmee u gedegen privacykennis opbouwt en uw organisatie kunt adviseren (als bijv. functionaris gegevensbescherming) en voorbereiden op de nieuwe privacywet. Voor deze cursussen is geen juridische voorkennis nodig. Volgt u beide cursussen dan krijgt u het handboek AVG gratis. Heeft u een juridische achtergrond dan vindt u hier onze privacytrainingen.

Het bericht Gebruikmaken van biometrische gegevens? Gevoelig onder de AVG! verscheen eerst op ICTRecht juridisch adviesbureau.

Categorieën: Technieuws

Niet helder informeren over opzegtermijnen is een oneerlijke handelspraktijk

di, 09/19/2017 - 10:47

Meestal benadrukken wij dat het erg belangrijk is om te informeren over het herroepingsrecht, maar uit een recente uitspraak van de Rechtbank Amsterdam blijkt dat informeren over opzegtermijnen bij abonnementen minstens net zo belangrijk is. Hoewel het hier ging om het afsluiten van een telefoonabonnement in een fysieke winkel, geldt deze uitspraak ook voor het online aanbieden van abonnementen.

De aanleiding voor het geschil

Een klant van een telecomprovider had in een winkel zijn abonnement laten aanpassen voor een gunstiger tarief. Enkele maanden daarna zegde de klant de overeenkomst op.  Hij kreeg echter te horen dat dit niet mogelijk was omdat de overeenkomst met 24 maanden was verlengd, zonder mogelijkheid tot tussentijdse opzegging. De klant was echter in de veronderstelling dat zijn oude abonnement gewoon zou doorlopen tegen een gunstiger tarief en dat de mogelijkheid tot tussentijdse opzegging behouden bleef. Dit was voor hem de reden om de facturen niet meer te betalen.

In het proces wordt niet aangevoerd dat de klant hier in de winkel wel volledig van op de hoogte is gebracht. Dit is natuurlijk ook iets dat lastig te bewijzen is. De rechter concludeert dan ook dat de klant onvoldoende geïnformeerd is over een belangrijk kenmerk van de overeenkomst: de duur en de opzegmogelijkheden.

Oneerlijke handelspraktijk

De ondernemer had de klant dus beter moeten informeren. Het nalaten om essentiële informatie te verschaffen over de overeenkomst heeft tot gevolg dat er sprake is van een oneerlijke handelspraktijk (6:193d). Wanneer er precies sprake van is essentiële informatie, is afhankelijk van de vraag of de klant mogelijkerwijs tot een andere beslissing gekomen zou zijn wanneer hij deze informatie wel had verkregen.

De rechter oordeelt dat hier sprake van was waardoor de overeenkomst vanaf het moment van sluiten (gedeeltelijk) vernietigbaar was, en dat de klant hier gebruik van heeft gemaakt door het abonnement enkele maanden daarvoor op te zeggen. De klant moet wel nog de openstaande facturen tot het moment van opzegging voldoen.

Wat als het abonnement online of telefonisch is afgesloten?

De Wet oneerlijke handelspraktijken maakt geen onderscheid tussen online of offline gesloten overeenkomsten. Ook online aanbieders moeten dus volledig informeren over de duur en de opzegmogelijkheden bij abonnementen. Doen zij dat niet, dan kan dat een oneerlijke handelspraktijk opleveren.

Extra verplichting voor online aanbieders van abonnementen

Echter volgt uit de Wet koop op afstand voor online aanbieders nog een extra verplichting. Deze informatie moet namelijk op een duidelijke en in het oog springende wijze worden weergeven onmiddellijk voordat de overeenkomst wordt gesloten (6:230v lid 2). Dit betekent kort gezegd dat de informatie duidelijk opgenomen moet worden in het bestelproces. Het is niet voldoende dat dit alleen bij het aanbod (productpagina) staat of op een klantenservicepagina.

Online aanbieders van abonnementen of andere duurovereenkomsten hebben dus een dubbele verplichting. Op grond van de Wet oneerlijke handelspraktijken moeten zij deze informatie over duur en opzegmogelijkheden verschaffen in de fase van uitnodiging tot een aankoop (het aanbod) en op grond van de Wet koop op afstand nogmaals onmiddellijk voordat de consument de bestelling plaatst.

Zeker weten dat u voldoet aan alle relevante webwinkel regelgeving?

Webwinkels hebben te maken met speciale juridische eisen. Zo schrijft de wet voor dat u zich moet identificeren, dat uw algemene voorwaarden op een specifieke manier moeten worden aangeboden en dat u in een privacyverklaring moet toelichten wat u doet met persoonlijke informatie.

> Vraag een webshop scan aan of maak zélf juridische webwinkel documenten met onze generatoren op JuriDox

Het bericht Niet helder informeren over opzegtermijnen is een oneerlijke handelspraktijk verscheen eerst op ICTRecht juridisch adviesbureau.

Categorieën: Technieuws

Nederland kritisch over voorstel EC om user-generated content te laten filteren door hostingproviders

wo, 09/13/2017 - 13:53

Als onderdeel van het voorstel voor een Europese richtlijn omtrent Auteursrechten in een digitale markt, is de Europese Commissie (EC) vorig jaar met een voorstel gekomen om user-generated content vooraf te laten filteren door hostingproviders. De EC beoogt met het voorstel de zogenoemde ‘value gap’ te dichten en inbreuken op het auteursrecht te voorkomen. De term value gap wordt gebruikt om het verschil te beschrijven tussen wat bepaalde content zou kunnen opleveren voor een auteursrechthebbende en wat het daadwerkelijk oplevert wegens auteursrechtschendend gebruik op het internet.

Hoewel een grote hoeveelheid organisaties al eerder kritiek hebben geuit op dit filtervoorstel, is op 5 september jl. een document gelekt door Statewatch waaruit blijkt dat ook Nederland, België, Tsjechië, Finland, Hongarije en Ierland hun bedenkingen hebben bij het voorstel.

De huidige positie van hostingproviders

Het voorstel van de EC treft niet alleen klassieke hostingproviders, maar ook social mediaplatformen, forums, chatboxen en andere interactieve internetdiensten die ook onder de huidige juridische definitie van hostingproviders vallen.

Op dit moment bevinden hostingproviders zich in een neutrale positie en worden zij wettelijk beschermd tegen aansprakelijkheid voor het hebben van onrechtmatige inhoud op hun diensten/sites. In principe zijn zij namelijk niet aansprakelijk voor onrechtmatige content (indien de inhoud hiervan door derden geplaatst is), tenzij zij op de hoogte waren van de onrechtmatigheid van de inhoud of de inhoud niet onmiddellijk verwijderd hebben na een melding over het onrechtmatige karakter van de inhoud. De hostingprovider mag hierbij zelf oordelen of de inhoud van de content onrechtmatig is en zit daarmee min of meer op de stoel van de rechter.

Toch zal de hostingprovider terughoudend moeten omgaan met deze bevoegdheid omdat zij niet onnodig content zal willen verwijderen en dat ook niet zomaar mag. Uit rechtspraak volgt dat een hostingprovider de content alleen hoeft te verwijderen wanneer dit onmiskenbaar onrechtmatig is. Geplaatste content is onmiskenbaar onrechtmatig indien er zonder twijfel inbreuk gemaakt wordt op de rechten van derden. Denk hierbij aan illegaal aanbod van films en muziek of wanneer een klager bewijs kan overleggen waaruit blijkt dat er inbreuk wordt gemaakt op een recht van derden. Indien de hostingprovider een melding hiervan krijgt maar er vervolgens niks mee doet, kan hij zich niet meer beroepen op de wettelijke bescherming en is hij mogelijk aansprakelijk.

Het effect van de richtlijn

Wanneer het voorstel goedgekeurd wordt door het Europees Parlement en de Raad van Ministers, zal dit verstrekkende gevolgen hebben voor hostingproviders. Zij worden dan namelijk verplicht om gebruik te maken van geautomatiseerde systemen om content te filteren. Het gebruik van geautomatiseerde systemen brengt met zich mee dat er geen onderscheid gemaakt kan worden tussen daadwerkelijke schendingen van het Auteursrecht en toegestane uitzonderingen op het Auteursrecht. Onder toegestane uitzonderingen van het Auteursrecht vallen o.a.: parodieën, karikaturen en citaten.

Het doorvoeren van een dergelijk voorstel zet daarmee druk op een open en vrij internet en beperkt mogelijk de vrije toegang tot informatie. Hierdoor komt tevens een ander recht onder druk te staan: het recht op vrijheid van meningsuiting. Daarnaast ondermijnt het voorstel de (nu nog) neutrale positie van de hostingproviders. Verder is het onduidelijk wat er gebeurt met de aansprakelijkheidspositie van de hostingproviders. De verwachting is dat hostingproviders eerder aansprakelijk gesteld kunnen worden als er door een foutje in de filtering toch auteursrechtschendende content online komt.

De zes eerdergenoemde landen, waaronder Nederland, vragen zich in het gelekte document terecht af of het betreffende artikel wellicht in strijd is met de vrijheid van meningsuiting en informatie, eerbiediging van privé familie- en gezinsleven en het verbod op beperkingen op politieke activiteiten van vreemdelingen.

Klacht- en schadevergoedingsmechanisme

Met het introduceren van een piepsysteem (klachtmechanisme) voor gebruikers, tracht de Commissie gewicht te geven aan het recht op vrijheid van meningsuiting. Met het klachtenmechanisme kan men een klacht indienen in het geval dat men het niet eens is met het blokkeren van de content. Het is nog maar de vraag in hoeverre een dergelijk klachtenmechanisme het recht op vrijheid van meningsuiting voldoende waarborgt. Zo wordt er in het voorstel bijvoorbeeld geen termijn gesteld waarbinnen de hostingprovider moet reageren op de klacht.

In het geval van een groot platform als Facebook, zou het dus zo kunnen zijn dat de klager tijdenlang moet wachten op een antwoord. Grote kans dat de content tegen die tijd dan niet eens meer relevant is. Tevens schept de Europese Commissie een verplichting voor hostingproviders om een schadevergoedingsmechanisme in te stellen in het geval er een geschil ontstaat over de filtering.

Al met al is het voorstel van de Europese Commissie dus een behoorlijk zware maatregel waardoor hostingproviders een verhoogd zullen risico lopen om aansprakelijk gesteld te worden voor schendingen van het Auteursrecht. Het is nu echter wachten tot het Europees Parlement en de Raad van Ministers een besluit hebben gemaakt.

Het bericht Nederland kritisch over voorstel EC om user-generated content te laten filteren door hostingproviders verscheen eerst op ICTRecht juridisch adviesbureau.

Categorieën: Technieuws

Waarom is privacy belangrijk voor een webwinkel?

di, 09/12/2017 - 16:18

Het aantal webwinkels en webwinkelverkopen neemt toe. In Nederland zijn er zelfs meer online winkels dan offline winkels. Al deze online winkels moeten zich voorbereiden op de komst van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), die op 25 mei 2018 van toepassing wordt. In dit artikel leg ik uit waarom privacy belangrijk is voor een webwinkel en welke documenten of zaken een webwinkel moet opstellen of regelen.

Webwinkels verzamelen veel persoonsgegevens van hun klanten. Denk aan namen, adresgegevens, e-mailadressen, telefoonnummers en bestelgegevens, maar ook financiële gegevens. Deze gegevens worden vaak opgeslagen en bewaard in een klantenbestand. Dit heeft als gevolg dat webwinkels zich moeten houden aan de privacywet. Hieronder zijn een aantal van de eisen uit deze wet opgesomd. Bij het niet voldoen aan deze eisen zal in de toekomst hogere boetes uitgedeeld kunnen worden door de autoriteiten.

Privacy- en cookieverklaring

Een webwinkel is verplicht klanten en bezoekers te informeren over welke privacygevoelige informatie de winkel verzamelt en met welk doel. Ook als dat doel alleen maar is het vastleggen van hun gegevens in een klantenbestand. Wanneer een webwinkel van de klant een profiel opbouwt om gedrag of interesses te kunnen voorspellen, moet zij de klant hierover duidelijk informeren. Informeren kan via een (online) privacyverklaring. Bezoekers en klanten moeten die eenvoudig kunnen vinden op de website en de informatie in de verklaring moet duidelijk en gemakkelijk leesbaar zijn. Als de webwinkel ook cookies plaatst of laat plaatsen, moet zij haar bezoekers ook informeren over deze cookies. In de meeste gevallen moet zelfs voordat cookies mogen worden geplaatst, door een bezoeker toestemming worden gegeven.

Verwerkersovereenkomst

Wordt bijvoorbeeld de database van de webwinkel onderhouden door een externe programmeur, de website gehost door een hostingpartij, de nieuwsbrieven verstuurd door een externe partij of zet een marketingbureau een campagne voor je uit? In die gevallen hebben deze derde partijen (verwerkers) toegang tot de persoonsgegevens en moet de webwinkel een verwerkersovereenkomst met hen sluiten. In een verwerkersovereenkomst moet onder meer aandacht worden geschonken aan het doel van de verwerking, beveiligingsmaatregelen, het melden van datalekken, het recht op een audit en eventuele sub-verwerkers of derde partijen.

Nieuwsbrief

Alle klanten een nieuwsbrief sturen met daarin een aanbieding voor het nieuwste product? Een digitale nieuwsbrief versturen is de gemakkelijkste manier om contact te onderhouden met klanten. Aan het versturen van nieuwsbrieven zijn wel bepaalde eisen verbonden. De hoofdregel is dat vooraf af aan de klanten toestemming moet worden gevraagd. Dat kan heel eenvoudig door het aanvinken van een vakje waarin de klant toestemming geeft om zijn contactgegevens te gebruiken voor de nieuwsbrief. Hebben al uw klanten toestemming gegeven voordat de nieuwsbrief de deur uitgaat?

Verwerkingsregister

Vanaf 25 mei 2018 moet een webwinkel een intern register bijhouden van alle verwerkingen van persoonsgegevens. Een webwinkel kan dit eenvoudig doen in een Excel-bestand of via een softwareprogramma. In dit verwerkingsregister moet onder meer worden opgenomen welke (categorieën van) persoonsgegevens worden verwerkt, de ontvangers van deze persoonsgegevens en de verwerkingsdoeleinden.

Intern datalekprocedure

Wanneer er een inbreuk plaatsvindt in verband met persoonsgegevens die leidt tot vernietiging, verlies, wijziging, ongeoorloofde verstrekking of toegang (een datalek) moet de webwinkel in veel gevallen een melding doen bij de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) en in sommige gevallen ook aan de klant(en). Een voorbeeld van een datalek is wanneer een hacker toegang krijgt tot de webserver waarop de webwinkel draait en daarbij daadwerkelijk persoonsgegevens verloren zijn gegaan. Ieder datalek moet worden bijgehouden, ongeacht of het gemeld moet worden aan de AP of niet. Ook de gevolgen en de genomen maatregelen om een datalek in de toekomst te voorkomen, moeten worden gedocumenteerd. De AP kan toegang verlangen tot deze documentatie. Een interne datalek-procedure is dus onmisbaar voor een webwinkel. Hierin staat aan wie binnen de organisatie een datalek moet worden gemeld en hoe de verdere afhandeling plaatsvindt.

Beveiligingsmaatregelen

Een webwinkel moet volgens de AVG “passende technische en organisatorische beveiligingsmaatregelen” nemen om misbruik en ongeautoriseerde toegang tot deze gegevens tegen te gaan. Een webwinkel moet onder andere nadenken over de vraag hoe ze wachtwoorden opslaan en wie toegang heeft tot die gegevens. Daarnaast is een SSL(TLS)-verbinding voor een webwinkel verplicht.

Bent u al klaar voor de nieuwe privacywet?

Op 25 mei 2018 gaat de nieuwe privacywet gelden, dus u heeft nog pakweg 250 dagen om bovenstaande en andere zaken goed na te lopen. Heeft u daarbij hulp nodig? Wij staan voor u klaar. Neem contact met ons op of vraag een juridische webwinkel scan aan.

Het bericht Waarom is privacy belangrijk voor een webwinkel? verscheen eerst op ICTRecht juridisch adviesbureau.

Categorieën: Technieuws

Kom 3 oktober naar cursus ICT-contracten: de verdieping

di, 09/12/2017 - 07:12

Voor ervaren contractmanagers en inkopers organiseert ICTRecht 3 oktober een cursus ICT-contracten. In deze eendaagse praktijkcursus voor algemeen publiek leert u duidelijk hoe een ICT-contract te screenen en uit te onderhandelen.

De insteek van de training is interactief en praktijkgericht. We spreken vanuit cases waarin wij dagelijks adviseren. Door het interactieve karakter van de training is er ruimte voor al uw vragen en twijfels. We behandelen die dag softwarelicenties, NDA’s en cloudvoorwaarden. U gaat niet weg tot u al onze praktijktrucs kent!

AANMELDEN

PROGRAMMA 09:00 Ontvangst 09:30 – 10:30 Softwareontwikkeling
Agile vs. Waterval | Oplevering, aanvaarding | Duur en beëindiging | Eigendom 10:30 – 11:00 Open source software
GPL | BSD | Apache | Delen van broncode 11:00 – 11:15 Pauze 11:15 – 12:00 SaaS-voorwaarden
Verdienmodel | Grenzen | Misbruik | Eigendom data | Beschikbaarheid | Persoonsgegevens | Continuïteit 12:00 – 12:45 Aansprakelijkheid en vrijwaring
Grenzen bij ICT | Beperkingen | Direct vs. Indirect | Overmacht | Vrijwaren 12:45 – 13:30 Lunchpauze 13:30 – 14:00 Contracteren tegen datalekken
Meldplichten | Beveiligings-eisen | Audits en toezicht | Boetes en exoneraties 14:30 – 15:15 Software-distributie
EULA | TOS | Reselling | Whitelabel | Integratie | Value-added | Agentuur 15:15 – 15:30 Pauze 15:30 – 16:30 Service Level Agreements
Beschikbaarheid | Metingen | Responstijden | Verbetertrajecten 16:30 – 17:00 Q&A en afsluiting

Het bericht Kom 3 oktober naar cursus ICT-contracten: de verdieping verscheen eerst op ICTRecht juridisch adviesbureau.

Categorieën: Technieuws

Btw-verlegging bij het leveren van telecommunicatiediensten nu verplicht!

wo, 09/06/2017 - 13:10

De Nederlandse overheid heeft recent geconstateerd dat Nederland een verlies van btw-inkomsten heeft geleden vanwege btw-(carrousel)fraude bij telecommunicatiediensten tussen ondernemingen. Staatssecretaris Wiebes heeft daarom besloten om vanaf 1 september 2017 de btw-verleggingsregeling tussen ondernemers die telecommunicatiediensten leveren verplicht te stellen.

Aanleiding verplichte btw-verleggingsregeling

De aanleiding voor de verplichte btw-verleggingsregeling is de gesignaleerde btw-fraude. Fraudeurs hebben via verschillende bedrijven in diverse landen telecommunicatiediensten ingekocht vrij van btw. Vervolgens hebben de fraudeurs deze telecommunicatiediensten in eigen land doorverkocht met btw. Deze btw wordt vervolgens niet afgedragen aan de fiscus, terwijl de afnemers van de betreffende telecommunicatiediensten wel recht hebben op teruggave van de door hen betaalde btw. Dit heeft een verlies van btw-inkomsten door de overheid tot gevolg.

Wat betekent de verplichte btw-verleggingsregeling nu voor ondernemingen?
  • Ondernemingen die:
  1. in Nederland zijn gevestigd; en
  2. telecommunicatiediensten inkopen bij een Nederlandse toeleverancier; en deze telecommunicatiediensten doorleveren aan ondernemers die tevens eindgebruiker zijn van de betreffende telecommunicatiediensten,

moeten zelf de verschuldigde btw over de ingekochte telecommunicatiediensten rapporteren in hun aangifte.

  • Ondernemingen die:
  1. in Nederland zijn gevestigd; en
  2. telecommunicatiediensten leveren aan Nederlandse ondernemingen die deze telecommunicatiediensten doorverkopen,

mogen geen btw meer berekenen over deze leveringen van telecommunicatiediensten. Op de factuur moet worden vermeld dat de btw is verlegd.

Levert u telecommunicatiediensten aan ondernemers die in het buitenland of koopt u dergelijke diensten in van buitenlandse toeleveranciers? Dan verandert er niets.

 

Juridische documenten nodig?

Bij JuriDox maakt u zelf de juridische documenten die u nodig heeft. De slimme software loodst u met duidelijke vragen door de juridische kennis van hun kennispartners, waaronder ICTRecht, zodat u binnen enkele minuten een juridisch document op maat heeft. Mocht u daarna uw document willen laten screenen, heeft u vragen of wilt u anderszins juridisch meerwerk? Dan staan wij voor u klaar.

> Maak uw juridische documenten zelf op JuriDox.nl

Het bericht Btw-verlegging bij het leveren van telecommunicatiediensten nu verplicht! verscheen eerst op ICTRecht juridisch adviesbureau.

Categorieën: Technieuws

ICTRecht nodigt WO-rechtenstudenten uit voor een masterclass ICT & recht

di, 09/05/2017 - 07:00

Ben jij laatstejaars rechtenstudent? Volg je een master op het gebied van ICT en recht (informatierecht is natuurlijk ook goed) en heb je aantoonbare affiniteit met ICT? Kan je op 17 november 2017? Stuur dan uiterlijk 10 november je cv naar info@ictrecht.nl!

Wij selecteren uit de inzendingen 15 studenten. Ben je geselecteerd? Dan mailen we jou op maandag 24 november en ben je welkom op 17 november om 13:30 uur bij ons op kantoor.

Wat mag je verwachten?

Tijdens de masterclass geven we je inzage in de innovatieve praktijk van ICTRecht. We vertellen je over onze werkzaamheden en praktische aanpak aan de hand van een casus. Vervolgens geeft Arnoud Engelfriet in zijn seminar een voorbeeld van hoe techniek en recht samen kunnen gaan. Tenslotte ga je zelf in teamverband aan de slag met een van onze generatoren om een casus op te lossen. We sluiten af met een borrel met bitterballen.

Klikt het? Dan kunnen we je uitnodigen om te solliciteren voor een studentstage.

Programma 28 november 2014:

  • 13:30 uur             Inloop
  • 13:45 uur             Introductie ICTRecht
  • 14:15 uur             ICTRecht in de praktijk: casus security en privacy
  • 15:00 uur            Pauze
  • 15:15 uur             Seminar Arnoud Engelfriet: Techniek en recht
  • 16:00 uur            Maak een akte met behulp van generator
  • 17:00 uur            Borrel
  • 18:00 uur            The End
  • Jouw bericht
  • Naam* Voornaam Achternaam
  • E-mailadres*
  • Telefoonnummer
  • Upload documenten Sleep je bestanden hier of Geaccepteerde bestandstypen: doc, pdf, docx.
if(typeof gf_global == 'undefined') var gf_global = {"gf_currency_config":{"name":"Euro","symbol_left":"€","symbol_right":"","symbol_padding":" ","thousand_separator":".","decimal_separator":",","decimals":2},"base_url":"https:\/\/ictrecht.nl\/content\/plugins\/gravityforms","number_formats":[],"spinnerUrl":"https:\/\/ictrecht.nl\/content\/plugins\/gravityforms\/images\/spinner.gif"};jQuery(document).bind('gform_post_render', function(event, formId, currentPage){if(formId == 12) {if(typeof Placeholders != 'undefined'){ Placeholders.enable(); }} } );jQuery(document).bind('gform_post_conditional_logic', function(event, formId, fields, isInit){} ); jQuery(document).ready(function(){jQuery(document).trigger('gform_post_render', [12, 1]) } );

Het bericht ICTRecht nodigt WO-rechtenstudenten uit voor een masterclass ICT & recht verscheen eerst op ICTRecht juridisch adviesbureau.

Categorieën: Technieuws

Coinrecht #9 – De tirannie van gecentraliseerd vertrouwen

wo, 08/30/2017 - 16:05

Cryptogeld betekent voor iedereen iets anders. Sommigen zijn enthousiast omdat de koers omhoog gaat en anderen omdat de techniek interessant is. Weer anderen zijn geïnteresseerd in het omverwerpen van banken of de mogelijkheden die het biedt om minder ontwikkelde landen mee te laten profiteren van technologische ontwikkelingen. Kortom, voor bijna iedereen bestaat wel een haakje om zijn idealen aan op te hangen. Voor mij persoonlijk gaat het om de decentralisatie van vertrouwen. Helaas is dit vaak een onderbelicht onderdeel. Graag leg ik uit waarom juist dit aspect de hoofdrol zou moeten spelen.

Gecentraliseerd vertrouwen

Momenteel is veel van ons economisch verkeer doorspekt met ‘tussenpartijen’. Dit zijn partijen die een vertrouwensrol vervullen om economische transacties tot stand te brengen (ook wel: de vertrouwde derde partij of trusted third party). Denk bijvoorbeeld aan banken die onze rekeningen beheren en transacties verwerken, het kadaster dat de koop en verkoop van onroerend goed registreert en brokers die nodig zijn om aandelen te kopen en verkopen. Dit zijn stuk voor stuk partijen die we als onmisbaar zien. Immers, hoe kunnen we elkaar anders vertrouwen zonder deze tussenpartijen?

Dit is waar Bitcoin en de technologie achter Bitcoin (met name blockchain) een geweldige nieuwe rol kan gaan spelen. Deze technologie maakt het mogelijk om te vertrouwen in een decentrale technologie in plaats van een centrale partij. Waarom is dit belangrijk? Dat is omdat de partijen die we momenteel vertrouwen geen onpartijdige faciliteerders meer zijn, maar zijn verworden tot een poortwachter die een oordeel velt over iedere transactie die ze bemiddelen. Daarnaast bestaat, zoals we in het verleden hebben meegemaakt, de mogelijkheid dat ze failliet gaan of gehackt worden. In het verleden heeft dit prima gewerkt en we zijn er economisch gezien ver mee gekomen. Inmiddels heeft zich een beter alternatief aangediend.

Fundamentele vrijheden

De gevolgen van de centralisatie van vertrouwen en de daardoor ontstane poortwachtersfunctie heeft gevolgen voor verschillende fundamentele vrijheden. Banken weten meer over ons dan wie dan ook. Van de hoogte van ons inkomen tot aankopen, donaties, giften en abonnementen. Alle details van alle transacties worden vastgelegd en geanalyseerd. Saldo’s worden automatisch doorgegeven aan de belastingdienst en opsporingsdiensten kunnen rekeningen inzien en bevriezen. Financiële privacy bestaat dus niet. Enkel contant geld biedt nog een zekere mate van privacy. Helaas lijkt ook dit langzaam te verdwijnen.

Bovenstaande geldt tevens ten aanzien van de vrijheden van meningsuiting en informatievergaring. Deze vrijheden hebben niet alleen betrekking op het doen van uitspraken of het kunnen lezen van een boek. Het gaat ook om de vrijheid om (toegang tot) informatie te kopen en te verkopen. Wanneer een andere partij hier tussen zit, dan zijn de onderliggende vrijheden ingeperkt. Ook hier biedt cryptogeld een oplossing. De bank wordt namelijk vervangen door een decentraal systeem van vertrouwen. Er kan niks bevroren worden, er kan niks geblokkeerd worden.

De verschuiving

Hoewel de adoptie van cryptogeld nog erg beperkt is, vindt er geleidelijk een verschuiving plaats. Vertrouwen verschuift van centrale partijen naar een decentraal netwerk. Jij en ik kunnen zelf als bank optreden. We zijn zelf verantwoordelijk voor het beheren van onze tegoeden en hebben absolute controle over de transacties die we daar mee willen uitvoeren. Vooralsnog vergt dit aanzienlijke technische kennis waardoor het nog niet geschikt is voor het grote publiek. Naarmate de technologie wordt doorontwikkeld en de oplossingen gebruiksvriendelijker worden, zullen steeds meer mensen de overstap kunnen maken naar dit decentrale netwerk. Een netwerk dat 24 uur per dag en 365 dagen per jaar open staat voor iedereen die er een waardig alternatief in ziet.

Welkom bij de financiële revolutie (de waarde van één Bitcoin (BTC) is op dit moment 3937 euro).

Het bericht Coinrecht #9 – De tirannie van gecentraliseerd vertrouwen verscheen eerst op ICTRecht juridisch adviesbureau.

Categorieën: Technieuws

Meer leren over ICT-contracten? EULA, NDA of licentie leren schrijven?

do, 08/24/2017 - 07:39

Werkt u met ICT-contracten en wilt u meer leren over hoe deze op te stellen, wat in een contract thuishoort en wat vooral niet? Dan nodigen wij u graag uit voor onze eendaagse trainingen over ICT-contracten in de praktijk. De training is zoals u van ICTRecht gewend bent: praktijkgericht, deskundig en concreet.

Op 5 september verzorgt ICTRecht de eendaagse training ICT-contracten: de basis. Van MOU tot EULA en van softwarelicentie tot gebruiksvoorwaarden. Waar moet u op letten en welke tips en tricks kunt u in de praktijk inzetten?

Deelnemers ontvangen gratis het Handboek ICT-contracten als naslagwerk.

Meer de diepte in en met een uitgebreide casus de hele dag oefenen? Dan is de verdiepingsdag op 3 oktober iets voor u. We leren dan hoe een ICT-contract te screenen en uit te onderhandelen. We behandelen softwarelicenties, NDA’s en cloudvoorwaarden. U gaat niet weg tot u al onze praktijktrucs kent!

Voor wie ICT-contracten echt meester wil worden, hebben wij een speciale masterclass opgezet. U ontvangt een rodedraadcasus met vier complexe ICT-contracten ter voorbereiding. Tijdens de masterclass onderhandelt u met uw mede-cursisten om deze contracten te sluiten.

Vanwege grote populariteit van de cursussen zijn wij uitgeweken naar een grotere locatie, WTC – Zuidas Schrijf u nu in, want de inschrijvingen gaan snel!

De basiscursus ICT-contracten is in combinatie met de verdiepingstraining én de masterclass slechts € 1399,- ex. btw. Een besparing van maar liefst € 250,-!

Heeft u geen juridische achtergrond dan kunt u onze cursussen voor algemeen publiek volgen:

Het bericht Meer leren over ICT-contracten? EULA, NDA of licentie leren schrijven? verscheen eerst op ICTRecht juridisch adviesbureau.

Categorieën: Technieuws

Mag Jan Smit beelden online zetten van student die bij zijn garage poepte?

wo, 08/23/2017 - 14:09

“Jan Smit heeft beelden online gezet van een student die voor zijn garage op de grond zijn behoefte had gedaan. Waarschijnlijk trok de man zijn broek naar beneden in het kader van een ontgroening”, aldus NU.nl. Bij NU.nl hebben ze het gezicht van de student onherkenbaar gemaakt, maar op de Instagram- en Twitteraccount van Jan Smit is de student nog herkenbaar in beeld. Maar mag deze vorm van het publiceren van camerabeelden voor ‘Naming and shaming’ eigenlijk wel?

Privacywetgeving en portretrecht

Er is wetgeving die zegt dat je niet zomaar iemands gezicht mag publiceren. Het portretrecht, en de Wet bescherming persoonsgegevens. Maar beide wetten toepassen op deze situatie komt uiteindelijk neer op een belangenafweging. Wat weegt zwaarder, het belang van particulier Jan Smit om zijn kinderen te beschermen en toekomstige voorvallen van vandalisme te voorkomen, of het belang van de student om niet herkenbaar in beeld te komen met deze actie?

Wie de Wbp streng leest, concludeert dat camerabeelden met daarop strafrechtelijke persoonsgegevens je gewoon nooit mag verwerken (art. 22 Wbp), schreef ik eerder in een artikel over het namen and shamen van winkeldieven. En je zou kunnen zeggen dat de actie van de student hier ook onder valt. Het portretrecht is daarnaast waarschijnlijk ook van toepassing, ondanks dat het voorval zich op de openbare weg voordeed waar lichtere privacyeisen gelden voor het maken van camerabeelden.

Wetsvoorstel publiceren van camerabeelden door particulieren bij diefstal of vernieling

In 2015 werd een wetsvoorstel gedaan om een uitzondering te maken voor publicatie van camerabeelden door particulieren in geval van diefstal of vernieling. Het lijkt dat er op dit moment niets is gedaan met dit wetsvoorstel. En met de komst van de Algemene Verordening Gegevensbescherming zullen ze waarschijnlijk geen nationale wetten over persoonsgegevens meer gaan maken. Dit mag namelijk niet meer onder de Europese privacywetgeving die mei 2018 geldend recht wordt.

Met de komst van de AVG komt er wel een recht om vergeten te worden, waardoor de student in ieder geval een mogelijkheid heeft om bepaalde beelden online te laten verwijderen. Maar je weet nooit waar het fragment dan allemaal al gekopieerd is en hoeveel reputatieschade hij dan al heeft opgelopen. Dus kom je toch weer uit bij de rechter die een afweging moet maken tussen het belang van de particulier en het privacybelang van de student.

 

Meer weten over privacywetgeving?

ICTRecht Academy verzorgt een basis– en verdiepingscursus privacywetgeving waarmee u gedegen privacykennis opbouwt en uw organisatie kunt adviseren (als bijv. functionaris gegevensbescherming) en voorbereiden op de nieuwe privacywet. Voor deze cursussen is geen juridische voorkennis nodig. Volgt u beide cursussen dan krijgt u het handboek AVG gratis. Heeft u een juridische achtergrond dan vindt u hier onze privacytrainingen.

Het bericht Mag Jan Smit beelden online zetten van student die bij zijn garage poepte? verscheen eerst op ICTRecht juridisch adviesbureau.

Categorieën: Technieuws

Zorgsites, deel 2: aan welke privacy-eisen moet een medische website voldoen?

ma, 08/21/2017 - 07:45

Meerderheid zorgsites onbeveiligd: privacy-autoriteit dreigt met boetes, zo luidt het artikel van de NOS. Onlangs bleek al uit een onderzoek van de Consumentenbond dat medische websites de wet overtreden. Wil je weten of jij een medische website hebt en aan welke eisen je dan moet voldoen? In deze blogserie vind je antwoord op deze vragen:

  • Blog 1: Ben ik een medische website?
  • Blog 2: Aan welke privacy-eisen moet een medische site voldoen?
  • Blog 3: Welke eisen stelt de consumentenwet?
Beveiliging in een medische site

Voor het online aan de slag gaan met bijzondere persoonsgegevens geldt dat er passende technische en organisatorische beveiligingsmaatregelen moeten worden getroffen. Je snapt dat er voor gezondheidsgegevens een hoger beveiligingsniveau passend is dan voor normale persoonsgegevens. Als de gegevens op straat komen te liggen heeft dit mogelijk een grotere impact als (enkel) NAW-gegevens lekken.

Maar wat is dan wel passend? De Autoriteit Persoonsgegevens heeft een tijd terug in haar richtsnoeren aangegeven dat voor gezondheidsgegevens enkel een hoog niveau van beveiliging passend is. Lees deze blog nog over hoe beveiliging is ingevuld voor uitwisselingssystemen en zorginformatiesystemen. Er wordt daar voornamelijk verwezen naar NEN-normen, namelijk NEN 7510, NEN 7512 en NEN 7513.

SSL (nu TLS)

Wanneer gezondheidsgegevens worden verwerkt op de website, moeten deze gegevens op zijn minst versleuteld zijn. Zorg er dus voor dat je website middels SSL (nu TLS) versleuteld en beveiligd is. Een versleutelde webpagina kun je herkennen aan HTTPS in plaats van HTTP aan het begin van de URL. Bij voorkeur wordt de hele website achter SSL gezet.

Privacyverklaring

Op de website moet een privacyverklaring goed vindbaar worden overgenomen. In een privacyverklaring wordt beschreven welke (medische) persoonsgegevens worden verwerkt met wel doel. Ook wordt beschreven hoelang de gegevens worden opgeslagen en hoe de beveiliging op hoofdlijnen is geregeld. Ten slotte moet worden opgenomen hoe bezoekers van de website een verzoek tot inzage, correctie of verwijdering kunnen indienen.

Training ICT & Gezondheidsrecht

Wilt u meer weten over beveiliging en privacy van gegevens in de zorg? Hoe er volgens nieuwe wetgeving gewerkt moet worden in de cloud? En hoe persoonsgegevens uitgewisseld mogen worden?

> Meer informatie en aanmelden ICT & Gezondheidsrecht

Het bericht Zorgsites, deel 2: aan welke privacy-eisen moet een medische website voldoen? verscheen eerst op ICTRecht juridisch adviesbureau.

Categorieën: Technieuws

Zorgsites, deel 1: ben ik een ‘medische website’?

vr, 08/18/2017 - 16:53

Meerderheid zorgsites onbeveiligd: privacy-autoriteit dreigt met boetes, zo luidt het artikel van de NOS dat gisteren werd geplaatst. Onlangs bleek al uit een onderzoek van de Consumentenbond dat medische websites de wet overtreden. Wil je weten of jij een medische website hebt en aan welke eisen je dan moet voldoen? In deze blogserie vind je antwoord op deze vragen:

  • Blog 1: Ben ik een medische website?
  • Blog 2: Een medische website, aan welke privacy-eisen moet de website voldoen?
  • Blog 3: Een medische website, welke eisen stelt de consumentenwetgeving?
Worden er gezondheidsgegevens verwerkt op mijn website?

Wat zijn gezondheidsgegevens? De wet spreekt van ‘gegevens betreffende iemands gezondheid’, wij spreken vaak van ‘medische persoonsgegevens’ of ‘gezondheidsgegevens’. Dit zijn gegevens die verband houden met de fysieke of mentale gezondheid van een persoon. Hieronder vallen ook gegevens over ‘verleende gezondheidsdiensten’ waarmee informatie over iemands gezondheidstoestand wordt gegeven.

Oké, nu concreet. Wanneer is hier nou sprake van?

Denk aan gegevens over iemands ziekte, handicap, medische voorgeschiedenis, medische behandelingen en labuitslagen, maar ook aan een patiëntnummer dat iemand krijgt in een ziekenhuis. Wanneer dit soort gegevens direct of indirect via jouw website wordt verwerkt, verwerk je gezondheidsgegevens.

Een voor de hand liggend voorbeeld is de websitebezoeker die op een website een formulier invult waarin hij aangeeft hoe zijn gezondheidssituatie is. Denk aan invulvelden als ‘Welke medicatie gebruikt u?’, ‘Heeft u één of meer van de volgende aandoeningen?’. Ook het maken van een afspraak bij een specialist, of het aanvragen van een herhaalrecept, zijn gezondheidsgegevens. Als af te leiden is wat iemands gezondheidssituatie is, spreek je al snel van een gezondheidsgegeven dat onder de Wet bescherming persoonsgegevens (en per 25 mei 2018 de Algemene Verordening Gegevensbescherming) valt.

Het maken van een afspraak bij een huisartsenpraktijk via de website, is niet specifiek genoeg. Dit zegt eigenlijk nog niks over de gezondheidssituatie. Een afspraak bij de gynaecoloog is al specifieker. In dat geval kan je spreken van een gezondheidsgegeven.

Mag ik volgens de wet wel gezondheidsgegevens verwerken?

Waar een naam en een geboortedatum een ‘persoonsgegeven’ zijn in de zin van de wet, is een gezondheidsgegeven een ‘bijzonder persoonsgegeven’. Naast gezondheidsgegevens zijn ook gegevens over iemands ras, geloof en politieke voorkeur bijzondere persoonsgegevens. Voor deze bijzondere persoonsgegevens hanteert de wet een strenger regime. Het verwerken van bijzondere persoonsgegevens is verboden, tenzij sprake is van een uitzondering.

De wet noemt specifiek voor elk soort bijzonder persoonsgegeven een aantal uitzonderingen. Voor gezondheidsgegevens geldt dat bepaalde personen of instanties, onder bepaalde voorwaarden, deze gegevens mogen verwerken. Dit zijn bijvoorbeeld hulpverleners en zorginstellingen, verzekeraars, scholen, reclasseringsinstellingen, de overheid, en werkgevers.

Naast dat de wet per bijzonder persoonsgegeven aangeeft wanneer deze categorieën persoonsgegevens mogen worden verwerkt, geeft de wet ook een aantal uitzonderingsgevallen die voor álle bijzondere persoonsgegevens gelden. In het geval van websites zal dit vaak neerkomen op de uitdrukkelijke toestemming van een persoon.

Ben je een gezondheidsinstelling en kan een patiënt bijvoorbeeld inloggen op je website, dan mag je zijn gezondheidsgegevens verwerken wanneer dit nodig is in het kader van zijn behandeling. Val je niet onder een specifieke uitzondering in de wet of wil je op een andere manier gezondheidsgegevens verwerken? Vraag dan uitdrukkelijke toestemming van die persoon en sla die toestemming op.

Let op: BSN

Het BSN is een extra bijzonder persoonsgegeven, en mag alleen verwerkt worden in gevallen die de wet noemt. Ook al verstrekt iemand zijn BSN en geeft hier uitdrukkelijke toestemming voor, betekent dit niet dat u dit mag verwerken. Zorginstellingen bijvoorbeeld moeten op grond van de wet BSN verwerken om de identiteit van een persoon vast te stellen.

Grondslag voor verwerken gezondheidsgegevens

Stel je hebt toestemming of je valt onder een uitzondering, dan mag je de gezondheidsgegevens verwerken als je daarnaast ook nog een grondslag hebt om ze te verwerken. Denk bij een grondslag aan de uitvoering van een overeenkomst of een wettelijke grondslag zoals de dossierplicht.

Doelbinding en cookies

De gezondheidsgegevens mag je, net als gewone persoonsgegevens dan enkel gebruiken voor het doel waarvoor je ze verzameld hebt. Als iemand gebruik maakt van de website om een afspraak te maken met een specialist, dan mag hij niet tevens gevolgd worden middels een tracking cookie van een derde. Dan worden mogelijk medische persoonsgegevens afgegeven aan een derde (de plaatser van de cookie). Dat valt buiten de afspraken en daar is expliciete toestemming voor nodig.

 

Training ICT & Gezondheidsrecht Wilt u meer weten over beveiliging en privacy van gegevens in de zorg? Hoe er volgens nieuwe wetgeving gewerkt moet worden in de cloud? En hoe persoonsgegevens uitgewisseld mogen worden?

> Meer informatie en aanmelden ICT & Gezondheidsrecht

Het bericht Zorgsites, deel 1: ben ik een ‘medische website’? verscheen eerst op ICTRecht juridisch adviesbureau.

Categorieën: Technieuws

Wettelijke garantie, wat is dat?

wo, 08/16/2017 - 11:09

Wettelijke garantie wil zeggen dat een product datgene is of moet doen wat de consument er in alle redelijkheid van mag verwachten. Wat zeg je? En wat moet je ermee in jouw webshop?

Als een verkoper spreekt over wettelijke garantie, wordt conformiteit bedoeld. De Nederlandse wet zegt over conformiteit dat dat betekent dat de afgeleverde zaak aan de overeenkomst moet beantwoorden. Hoe weet je nou of de afgeleverde zaak aan de overeenkomst beantwoord? En dus of het product voldoet aan wat de consument er in redelijkheid van mag verwachten?

De verwachting bij een besteld product

De afgeleverde zaak, het product, moet alle eigenschappen bezitten die de consument mocht verwachten. Dat wil niet zeggen dat elk product de gehele levensduur perfect moet werken, want het is niet altijd redelijk om te verwachten dat een product perfect werkt. Een verwachting kan door de consument worden gebaseerd op dingen die de verkoper heeft gezegd, op het soort product en waar het product voor gebruikt wordt.

Als de verkoper aan de consument heeft verteld dat een bepaald product een speciale functie heeft of ergens speciaal voor bestemd is, dan mag de consument die speciale functie of bestemming van het product verwachten. Een voorbeeld: je laat aan de consument zien of vertelt dat de SmartTV perfect beeld heeft, helemaal als je de app van Netflix gebruikt. De consument mag er dan vanuit gaan dat op de SmartTV een app wordt aangeboden waarmee films en series kunnen worden bekeken. De verwachting ziet trouwens ook op het (eventueel vermelde) aantal, de maat of het gewicht van het product.

De garantietermijn

De Europese wetgever stelt dat verkopers in Europese landen minimaal 2 jaar garantie moeten bieden op geleverde producten. De nationale regels mogen hiervan afwijken, maar alleen als de rechten van de consument daarmee worden vergroot. In Nederland is de norm open gelaten, door te verwijzen naar ‘de verwachte levensduur’. Met de verwachte levensduur moet per product worden beoordeeld hoe lang de garantietermijn is.

Wie bepaalt dan de termijn voor wettelijke garantie? Uiteindelijk de rechter, maar het zal niet snel voorkomen dat de rechter hierover bij jouw product zal beslissen. De waarde van het product weegt voor consumenten vaak niet op tegen de kosten en moeite van het starten van een juridische procedure. Je zult er daarom samen met je consument uit moeten komen, iedere keer als die zich op zijn wettelijke garantie beroept. Je kunt niet van te voren op je website al aangeven dat de klant van al jouw producten mag verwachten dat deze een levensduur van maximaal 1 jaar hebben. De consument kan namelijk, door meerdere omstandigheden, redelijkerwijs iets heel anders verwachten.

Jij als verkoper kunt de verwachting van de consument niet vastzetten op een bepaalde termijn, al helemaal niet voor alle aangeboden producten in het algemeen. Je kunt de consument alleen enige zekerheid bieden door een indicatie te geven. Je kunt aangeven wat je minimaal van een bepaald product verwacht, omdat je daarmee de wettelijke garantie niet beperkt.

De levensduur van een product

Dat blijft toch nog steeds vaag? Dat klopt. De Nederlandse wet houdt de wettelijke garantie vaag. Alle omstandigheden wegen telkens mee bij het bepalen van de duur van de wettelijke garantie. De verwachte levensduur van een product kan bij de ene verkoper 5 jaar zijn, terwijl dit bij de andere verkoper maar 2 jaar is.

Dit komt dan door de verwachting die de verkoper daarover heeft geschept. Heeft de verkoper het product bijvoorbeeld heel goedkoop aangeboden? Dan verwacht de consument geen topkwaliteit. Heeft de verkoper gezegd dat het product als beste getest is? Dan verwacht de consument dat het product een behoorlijke periode mee zal gaan, waarschijnlijk langer dan gelijksoortige producten. Of als de fabrikant heeft laten weten hoe lang een product zou moeten meegaan, zoals bij het lekken van de verwachte levensduur van Apple producten, dan moet je daar als verkoper ook rekening mee houden bij de garantie.

Productinformatie essentieel bij verwachting levensduur

De wettelijke garantie is dus vaag en de lengte ervan is afhankelijk van verschillende omstandigheden. Je wilt je consument natuurlijk het liefst zo goed en zo duidelijk mogelijk informeren. Zorg er daarom voor dat je zo veel mogelijk informatie over en eigenschappen van een product op je website vermeldt.

Een omstandigheid die mee kan spelen is de aard van het product. Zijn het tweedehands producten? Dan betekent dit dat de consument hiervan niet net zulke hoge verwachtingen van mag hebben als van nieuwe producten. Heb je de consument echter niet verteld dat het om een tweedehands product gaat? Dan mag de consument verwachten dat het een nieuw product was en dat de levensduur daarom langer is dan bij tweedehands producten.

Feitjes over garantie
  • Garantie is niet hetzelfde als retourneren. Om gebruik te maken van de garantie, kan het voor de klant wel noodzakelijk zijn om het product naar de leverancier of fabrikant te retourneren, in de letterlijke zin van het woord, namelijk: terugsturen. Retourneren wordt in de online wereld verder vooral gebruikt voor de procedure van het herroepingsrecht.
  • Wettelijke garantie is niet hetzelfde als fabrieksgarantie. Een fabrieksgarantie is een commerciële garantie die door de fabrikant kan worden gegeven als extra’tje. Omdat het een extra’tje is, dat niets vervangt en geen enkele afbreuk doet aan de wettelijke garantie, mag de fabrikant hier voorwaarden aan stellen. Hij moet de inhoud van deze garantie zelfs goed omschrijven, waarbij geldt dat aan deze garantie wel een termijn moet worden gehangen.
  • Wettelijke garantie is niet hetzelfde als verkopersgarantie, verkopersgarantie is niet hetzelfde als fabrieksgarantie. Een verkoper kan naast de garantie die de fabriek biedt en naast de wettelijke garantie ook zelf een garantie aanbieden. Ook deze garantie kan en mag geen afbreuk doen aan de wettelijke garantie, maar omdat het een extra’tje is, moeten de voorwaarden die aan deze garantie worden verbonden wel duidelijk zijn voor de klant. Ook hier moet dus wel een termijn voor worden vermeld.
  • Wettelijke garantie in Nederland is niet hetzelfde als wettelijke garantie in andere Europese landen. In Nederland wordt de duur van de wettelijke garantie per product bepaald, voor een wasmachine zou dit bijvoorbeeld prima 5 jaar kunnen zijn. In België geldt echter voor elk product, dus ook voor diezelfde wasmachine, een wettelijke garantie van 2 jaar. De wettelijke garantie kan na die termijn niet meer worden ingeroepen, tenzij er in de tussentijd reparatie of vervanging heeft plaatsgevonden waardoor de termijn is verlengd.

 

Zeker weten dat u voldoet aan alle relevante webwinkel regelgeving?

Webwinkels hebben te maken met speciale juridische eisen. Zo schrijft de wet voor dat u zich moet identificeren, dat uw algemene voorwaarden op een specifieke manier moeten worden aangeboden en dat u in een privacyverklaring moet toelichten wat u doet met persoonlijke informatie.

> Meer informatie en aanvragen van webshop scan

Het bericht Wettelijke garantie, wat is dat? verscheen eerst op ICTRecht juridisch adviesbureau.

Categorieën: Technieuws

Juridische obstakels bij cross border e-commerce

do, 08/10/2017 - 14:01

Hoewel het vertrouwen van de Europese consument om online te kopen in andere EU-landen toeneemt, blijven webshops terughoudend om over de grens te verkopen. Internationaal verkopen heeft namelijk tot gevolg dat je te maken hebt met verschillende (onduidelijke) nationale regels. Hier een overzicht van belangrijke aandachtspunten voor internationaal online verkopen.

Het internet heeft geen grenzen. Het lijkt daarom een eenvoudige stap voor webshops om internationaal te gaan verkopen. Vanzelfsprekend is het belangrijk een marktonderzoek te doen naar het nieuwe afzetgebied, de (taal van de) website aan te passen, implementeren van nationale vervoerders en payment providers en zorgen dat je vindbaar bent over de grens. Toch ervaren veel webshops juridische obstakels om over de grens te gaan verkopen. Zij maken zich zorgen over onder andere verschillen in belastingregels of nationaal contractenrecht en verschillen in consumentenwetgeving.

Belastingregels

In principe geldt dat voor het verkopen van producten of diensten in Nederland je gebonden bent aan de Nederlandse btw-verplichtingen. Verkoop je over de grens, dan gelden de btw-verplichtingen van het land waar de koop plaatsvindt. Denk hierbij aan de nationale tarieven en registratieplicht. Hierop zijn enkele uitzonderingen:

  • Omzet online goederenverkoop aan consumenten onder drempelbedrag: je krijgt pas met de andere btw-verplichtingen te maken als de omzet in dat land boven een bepaald drempelbedrag uitkomt. De drempelbedragen variëren echter per land.
  • Digitale diensten: sinds 2015 geldt de Mini-One-Stop-Shop (MOSS), dat de verkoper van digitale diensten (bijv. streaming) aan consumenten zich slechts in één land hoeft te registreren.
  • Mogelijke uitbreiding MOSS regeling per 2021 (?): voorgesteld is om de MOSS regeling uit te breiden naar online verkoop van goederen aan consumenten.
Toepasselijk recht op de overeenkomst

De meeste regelgeving op het gebied van consumentenrecht is geharmoniseerd binnen Europa. Dat betekent dat veel dezelfde regels gelden. Maar omdat veel regels afkomstig zijn uit richtlijnen waarbij de lidstaten enige vrijheid hebben over hoe zij die regels in de nationale wetgeving implementeren, bestaan er wel verschillen, bijvoorbeeld:

  • Garantie: in veel landen geldt een garantietermijn van 2 jaar. In Nederland is er geen vaste garantietermijn, maar verschilt die per product.
  • Algemene voorwaarden: sommige landen hanteren een lijst met niet-toelaatbare clausules.
  • Nationale jurisprudentie: een nationale rechter kan uitspraak doen over bijv. of een bepaald product onder de wettelijke uitzondering van het herroepingsrecht valt.

Wanneer een website zich op een bepaald land richt (bijvoorbeeld door het hanteren van een nationale domeinextensie, taal of munteenheid), dan is het recht van dat land van toepassing op de overeenkomst. In de overeenkomst kan hier tot op zekere hoogte vanaf worden geweken. Men doet er dan ook verstandig aan om in de algemene voorwaarden een clausule op te nemen dat bijvoorbeeld Nederlands recht van toepassing is op de overeenkomst. Let er hierbij wel op dat deze clausule zo wordt geformuleerd dat de consument niet eventuele extra bescherming verliest van het land waar hij woont.

Verantwoordelijkheid verkoper

Als verkoper ben je aansprakelijk en verantwoordelijk tegenover de consument. De consument koopt het immers bij jou. Maakt de consument gebruik van zijn herroepingsrecht, dan moet de webshop het product retour nemen (en de verzendkosten voor de heenzending vergoeden), ook al bevindt de consument zich in een ander land. Hetzelfde geldt met betrekking tot de garantie. Wanneer een product niet voldoet aan de verwachtingen van de consument, dan kan de consument de webshop aanspreken voor vervanging of reparatie, of in het uiterste geval teruggave van het aankoopbedrag.

Overige (nationale) verplichtingen en voorschriften

Wees je ervan bewust dat in andere landen mogelijk andere regels gelden voor je handelsactiviteiten. Zo bestaan er verschillen in informatievoorschriften en producteisen in verband met etikettering, (energie)labels, gebruiksaanwijzing, veiligheid en verpakking. Vaak moet productinformatie in de taal staan van het land waar het op de markt komt. Ook kunnen de regels voor het versturen van commerciële berichten verschillen. In Duitsland is bijvoorbeeld een dubbele opt-in verplicht. Bedenk je verder ook dat je op deze nieuwe markt te maken krijgt met nieuwe concurrenten. Het is belangrijk om ervoor te zorgen dat jouw product, merknaam of logo geen inbreuk maakt op de intellectueel eigendomsrechten van die spelers.

Tot slot

Via je webshop internationaal gaan verkopen kan heel aantrekkelijk zijn en lijkt eenvoudig. Maar het vereist investeringen. Start daarom niet meteen met over de grens verkopen, maar oriënteer eerst goed welke markt het meest geschikt is en waar de minste (juridische) obstakels zijn. Wellicht dat het een optie is om eerst via platformen zoals Amazon te verkopen. En als je dan écht de stap gaat maken kun je met de SIB kennisvoucher tot 50 procent subsidie krijgen, max € 2.500,- (ex. btw), voor juridisch advies bij internationaal ondernemen.

Dit artikel is tevens gepubliceerd bij Internetkassa.

 

Juridische documenten nodig voor uw webwinkel?

Met de juridische generatoren van ICTRecht bij JuriDox maakt u eenvoudig binnen enkele minuten gratis herroepingsrechtvoorwaarden of webwinkelvoorwaarden, een privacyverklaring of een gratis website disclaimer. Mocht u daarna een review of extra advies nodig hebben, kunt u dit simpel aanvragen en staan wij voor u klaar.

Het bericht Juridische obstakels bij cross border e-commerce verscheen eerst op ICTRecht juridisch adviesbureau.

Categorieën: Technieuws

Wanneer is een concurrentiebeding en relatiebeding in contract voor bepaalde tijd toegestaan?

do, 08/10/2017 - 07:30

Sinds de invoering van de Wet Werk en Zekerheid op 1 januari 2015 zijn er nieuwe regels voor het gebruik van een concurrentiebeding en relatiebeding in contracten voor bepaalde tijd. Een concurrentiebeding beperkt de werknemer om voor een bepaalde periode werkzaamheden te verrichten voor concurrenten of relaties van de werkgever. In een relatiebeding wordt verboden dat de werknemer na het einde van het dienstverband contact onderhoudt met de relaties van de werkgever.

Wat is er veranderd door de Wet Werk en Zekerheid?

Met de nieuwe regels is het in eerste instantie niet langer mogelijk om een concurrentiebeding en/of een relatiebeding op te nemen in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. De reden hiervoor is dat een werknemer geen “dubbel nadeel” mag ondervinden van het concurrentie- en/of relatiebeding. Een contract voor bepaalde tijd waarin een concurrentiebeding is opgenomen zorgt er niet alleen voor dat de werknemer na een bepaalde tijd geen werk meer heeft, maar daarnaast wordt de werknemer ook nog eens beperkt in het zoeken van een andere baan.

De wetgever heeft om deze reden dan ook zware eisen gesteld aan het opnemen van een concurrentiebeding en/of relatiebeding in een contract voor bepaalde tijd. Op deze regel heeft de wetgever een uitzondering gemaakt. De werkgever mag een concurrentiebeding en/of relatiebeding opnemen in een contract voor bepaalde tijd wanneer er voor de werkgever sprake is van zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen.

Het belang van de werkgever bij een concurrentiebeding of relatiebeding kan zijn dat de bedrijfsgeheimen moeten worden beschermd of dat moet worden voorkomen dat de werknemer bepaalde klanten van de werkgever benaderd, dan wel meeneemt wanneer zijn dienstverband eindigt.

Hoe moet het concurrentie- en/of relatiebeding worden opgebouwd?

De werkgever moet schriftelijk motiveren waarom er volgens hem sprake is van een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang wanneer de werkgever in het contract voor bepaalde tijd een concurrentiebeding en/of relatiebeding opneemt. Wanneer is er sprake van een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang?  Van belang is in ieder geval dat de werknemer specifieke werkzaamheden verricht, dan wel werkzaam is in een specifieke functie. Het gaat er dan om dat de werknemer specifieke kennis of bedrijfsinformatie tot zich krijgt en waarbij de werkgever onevenredig benadeeld wordt wanneer de werknemer met deze specifieke kennis gaat werken bij de concurrent van de werkgever.

Een concurrentie- en relatiebeding moet per werknemer en afzonderlijk van elkaar worden gemotiveerd. Het gaat immers om twee bedingen met ieder een eigen werking en strekking. Dit brengt met zich mee dat beide bedingen een daarop van toepassing zijde motivering moeten hebben. De motivatie van de zwaarwegende belangen moet gelijktijdig bij het aangaan van het concurrentiebeding worden opgenomen. Let wel; deze zwaarwegende belangen moeten bij het einde van het dienstverband ook nog aanwezig zijn, wil de werkgever een beroep kunnen doen op het concurrentie- en/of relatiebeding.

Om een geslaagd beroep te kunnen doen op een concurrentiebeding en/of relatiebeding moet deze deugdelijk zijn geformuleerd. In dit beding moet in ieder geval staan:

  • Een omschrijving van de specifieke werkzaamheden van de werknemer;
  • Een omschrijving van de specifieke dienstverlening die de werkgever verricht;
  • De noodzaak waarom er sprake is van zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen en waarom de belangen van de werkgever beschermd moeten worden.
Wat gebeurt er bij het ontbreken van een deugdelijke motivering?

Een concurrentie- of relatiebeding kan nietig worden verklaard als er geen motivering is opgenomen. Is er bij het beding wel een motivering opgenomen dan kan de werknemer alsnog naar de rechter wanneer de werknemer van mening is dat er geen sprake (meer) is van een zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelang die het beding noodzakelijk maken. Het maakt daarvoor niet uit dat het beding deugdelijk gemotiveerd is. De rechter kan het beding vernietigen wanneer hij van mening is dat het beding niet noodzakelijk is of wanneer de werknemer in verhouding tot het te beschermen belang, onbillijk wordt benadeeld.

> MEER ARBEIDSRECHT ADVIES

Juridische documenten nodig?

Met de juridische generatoren van JuriDox kennispartners ICTRecht en Grant Thornton maakt u in enkele minuten eenvoudig zelf arbeidsovereenkomsten, reglementen voor BYOD, cameratoezicht of ICT. Daarnaast vindt u tientallen andere generatoren voor uw onderneming. U kunt tevens voor een kleine meerprijs een review of extra advies aanvragen bij onze juristen.

> MAAK ZELF UW JURIDISCH DOCUMENT

Het bericht Wanneer is een concurrentiebeding en relatiebeding in contract voor bepaalde tijd toegestaan? verscheen eerst op ICTRecht juridisch adviesbureau.

Categorieën: Technieuws

Nieuwe regels voor communicatie met de overheid?

wo, 08/09/2017 - 07:30

Recent is het nieuws naar buiten gekomen dat het ‘Wetsvoorstel modernisering bestuurlijk verkeer’ wordt voorgelegd aan de Raad van State voor advies. In dit wetsvoorstel staan wijzigingen over digitaal contact met de overheid. De wet zoals deze er nu ligt, is namelijk sterk verouderd omdat communicatie steeds meer plaatsvindt via het internet.

Op dit moment is het zo dat de digitale weg alleen openstaat wanneer een overheidsorgaan dit duidelijk maakt aan de burger. In de praktijk zal het zo zijn dat er een webformulier is te vinden op een gemeentelijke website voor het melden van bijvoorbeeld een kapot wegdek of verkeerslicht. Ook kan het zo zijn dat voor bepaalde vraagstukken wordt verwezen naar een e-mailadres waarnaar de melding kan worden toegestuurd. In deze situaties laat het overheidsorgaan duidelijk weten dat zij voor bepaalde vraagstukken bereikbaar is via een specifiek aangewezen digitaal kanaal.

Wat zijn nu exact de spelregels voor het elektronisch bestuurlijk verkeer en waar moeten overheidsorganen op letten bij de toepassing van dit wetsvoorstel in de organisatie?

Spelregels van elektronische communicatie tussen overheid en burger

De Algemene wet bestuursrecht is heel duidelijk over de spelregels: zowel de overheid als de burger moeten akkoord gaan met het elektronische berichtenverkeer. Wanneer beide partijen hiermee akkoord zijn, dan verplicht het rechtszekerheidsbeginsel dat alle communicatie rondom dat onderwerp moet verlopen via de elektronische weg. Dit betekent dat, wanneer de burger via een gemeentelijke website een webformulier kan invullen en hierbij zijn e-mailadres heeft doorgegeven, hij hierover geen reactie per post mag ontvangen. Alle communicatie over dat onderwerp moet dan plaatsvinden via het e-mailadres dat de burger heeft opgegeven.

De gemeente heeft immers – door het aanbieden van een webformulier – aangegeven via deze elektronische weg bereikbaar te zijn. De burger heeft hiermee ingestemd doordat hij zijn e-mailadres heeft doorgegeven. Beide partijen zijn dus akkoord om via e-mail te communiceren.

Op deze hoofdregel bestaan enkele uitzonderingen. Te denken valt aan de belastingaangifte die tegenwoordig uitsluitend via DigiD kan plaatsvinden, de aanvraag van een omgevingsvergunning via het omgevingsloket en berichten over de rechtspositie van ambtenaren.

Daarnaast moet de verzending van een bericht via de elektronische weg op een voldoende betrouwbare en vertrouwelijke manier plaatsvinden. De wetgever bedoelt hiermee dat achteraf moet kunnen worden gecontroleerd wie de afzender is van het bericht, of het bericht ongewijzigd is ontvangen en of onbevoegden hiervan geen kennis hebben kunnen nemen. Of de wijze van verzending van het bericht voldoet aan de eisen van ‘betrouwbaarheid en vertrouwelijkheid’ is mede afhankelijk van de aard en de inhoud van het bericht en het doel waarvoor het wordt gebruikt. Dit zorgt ervoor dat aan een melding van een kapot verkeerslicht minder hoge (beveiligings)eisen worden gesteld dan aan een belastingaangifte.

Het is niet zo dat de overheid elk bericht moet accepteren dat elektronisch naar haar wordt verzonden wanneer zij bekend heeft gemaakt elektronisch bereikbaar te zijn. Berichten die niet voldoen aan de eisen van ‘betrouwbaarheid en vertrouwelijkheid’ mogen worden geweigerd. Te denken valt aan een bericht met daarin vertrouwelijke gegevens die onbeveiligd is verzonden. Ook elektronische berichten die tot een onevenredige belasting leiden, hoeven niet te worden aanvaard.

Wetsvoorstel modernisering bestuurlijk verkeer

Anders dan nu het geval is, stelt het wetsvoorstel voor om burgers het recht te geven op elektronische communicatie met de overheid. Voor overheidsorganisaties betekent dit dat zij voor elk officieel bericht een digitaal kanaal of digitale kanalen beschikbaar moet stellen. Alle overheidsorganisaties moeten dus nagaan op welke manier zij de berichten willen ontvangen en of er nog nieuwe systemen moeten worden aangeschaft. Wil zij alle berichten binnenkrijgen via een algemeen e-mailadres, een ingevuld webformulier of moet de burger het bericht versturen via de berichtenbox (zoals) mijnoverheid.nl?

Welk kanaal kiest een overheid voor communicatie met de burger over een specifiek onderwerp?

De keuze die wordt gemaakt door een overheidsorganisatie, zal afhankelijk zijn van de wettelijke verplichtingen die worden gesteld aan een dergelijk officieel bericht. Daarbij mogen de eisen die worden gesteld aan het bericht, geen onnodige belemmeringen opwerpen voor de burger. Hierbij moet rekening worden gehouden met het type bericht. Aan sommige berichten mogen namelijk zwaardere eisen worden gesteld dan aan het gemiddelde bericht.

Wanneer er wordt gekozen voor een webformulier zal de overheid aan de burger een kopie moeten verstrekken van de door de burger ingevulde gegevens. Bovendien zal de overheid ook een ontvangstbevestiging moeten toesturen. Daarom is het aan te raden dat bij het webformulier wordt gevraagd naar het e-mailadres van de burger zodat bekend is naar welk adres de bevestiging moet worden toegezonden.

Een ontvangstbevestiging is echter niet noodzakelijk wanneer de burger en de overheid gebruik maken van hetzelfde softwaresysteem, zoals een berichtenbox. Beide partijen kunnen dan immers zien dat het bericht beschikbaar is. Een nadeel van het gebruik van een dergelijk systeem is dat de overheid de bewijslast heeft met betrekking tot de verzending en ontvangst van berichten. Dit betekent dat sommige gegevens moeten worden gelogd om te kunnen voldoen aan deze bewijsplicht.

Wat als de burger het verkeerde kanaal heeft gebruikt? Volgens het wetsvoorstel is het overheidsorgaan verplicht om dit bericht intern door te sturen. Deze verplichting bestaat daarentegen niet wanneer het bericht wordt verzonden via een kanaal dat niet wordt gebruikt door het betreffende overheidsorgaan.

Digitalisering bij de overheid – ICTRecht Academy

Van het “openbaarmaken van (ambts)geheimen via social media”, en “elektronisch verkeer met de burger”, tot en met “Privacy en datalekken”: vrijwel alle relevante onderwerpen worden 14 september besproken in deze training voor ambtenaren.

> Meer informatie en aanmelden. Deze training wordt ook incompany verzorgd.

 

Het bericht Nieuwe regels voor communicatie met de overheid? verscheen eerst op ICTRecht juridisch adviesbureau.

Categorieën: Technieuws

Coinrecht #8 – Initial Coin Offerings (ICO’s) & Crowdfunding 3.0

di, 08/08/2017 - 11:20

Sinds de vorige blog is er veel gebeurd in de wereld van cryptogeld. Zo is Bitcoin gesplitst en heeft de Securities and Exchange Commission (SEC) in de Verenigde Staten aangeven dat ICO’s (Initial Coin Offerings) mogelijk als effecten/aandelen gereguleerd kunnen worden. Wat zijn ICO’s eigenlijk? Hier staan we in deze blogpost kort bij stil.

Voortaan zullen we, naast het uitlichten van een specifiek onderwerp, bij elke #coinrecht een korte update geven van de (in onze opinie) belangrijkste ontwikkelingen op het gebied van cryptogeld en blockchain.

Cryptogeld en blockchain update Bitcoin is gesplitst

Op 1 augustus 2017 is de blockchain van Bitcoin opgesplits. Dit wordt ook wel een ‘fork’ genoemd. De afsplitsing is veroorzaakt door een groep miners die het niet eens waren met de koers van Bitcoin. Om wereldwijd een gangbaar betaalmiddel te worden, zal Bitcoin een grote hoeveelheid transacties moeten kunnen verwerken. Dit is nu niet het geval. Twee ontstane groeperingen verschillen van mening over de manier waarop dit gerealiseerd dient te worden. Het resultaat is een splitsing.

Dit betekent dat iedereen met enig Bitcoin-saldo vóór de splitsing, nu dit saldo keer twee heeft. Of de afgesplitste Bitcoin levensvatbaar is, zal nog moeten blijken. Vooralsnog lijkt dit niet het geval te zijn en staat de oorspronkelijke Bitcoin al dagen op zijn hoogste waarde ooit. Conclusie: er zijn nu twee soorten Bitcoin:

  • Bitcoin (BTC, nu €2959); en
  • Bitcoin Cash (BCH, nu €288).
Initial Coin Offering (ICO) regulering

Een van de eerste ICO’s op Ethereum betrof The DAO (Decentralized Autonomous Organization) in juni 2016. Toen dit systeem werd gehackt, is besloten om de hack ongedaan te maken door de blockchain met terugwerkende kracht te splitsen vanaf een moment vóór de hack. Nu, ruim een jaar later, verschijnt een onderzoeksrapport van de SEC waaruit blijkt dat bestaande wetgeving omtrent securities (effecten/aandelen) mogelijk ook van toepassing kunnen zijn op ICO’s (ook wel token sales genoemd). Aangezien de geldende wetgeving niet mals is, zou dit in de toekomst grote gevolgen kunnen hebben.

Deze ontwikkeling was te verwachten, en andere landen zullen waarschijnlijk tot een soortgelijke conclusie komen. Hoewel de cryptogemeenschap overwegend anti-regelgeving is, is enige regulering op dit vlak wel gewenst. Op dit moment kopen veel mensen obscure tokens in de hoop hier duizenden procenten rendement op te krijgen. Dit kan niet eindeloos zo doorgaan. Gemiddelde burgers zonder inhoudelijke kennis van waarin ze investeren, gaan hierbij veel geld verliezen en zullen de overheid vragen om bescherming. De wildgroei van ICO’s is een van de kinderziekten die Ethereum te boven moet komen en regulering is daarvoor mogelijk een geschikt geneesmiddel.

Initial Coin Offerings (ICO’s) en nieuwe crowdfunding

Sinds de opkomst van het internet en het ontstaan van platformen als Kickstarter en Indiegogo, is de wereld van financiering flink aan het veranderden. De laatste tijd wordt ook Ethereum gebruikt voor de online financiering van nieuwe bedrijfsposities. Deze nieuwe manier van financiering aantrekken is door het houden van een ICO of ‘token sale’.

Deze term klinkt wellicht bekend. Het is een afgeleide van IPO (Initial Public Offering, ook wel beursgang). Het gaat om het moment waarop een bedrijf voor de eerste keer aandelen in zijn bedrijf te koop aanbiedt aan het publiek. In plaats van het aanbieden op de beurs, met alle restricties die daar bij horen, worden de tokens aangeboden aan iedereen op het internet.

Omdat de valuta’s van Bitcoin en Ethereum inmiddels aanzienlijke waarde vertegenwoordigen, kunnen deze nu ook gebruikt worden om nieuwe initiatieven te ondersteunen. Wie vroeg Bitcoin of Ether(eum) heeft gekocht, zoekt nu wellicht een manier om dit nuttig te gebruiken.

Ethereum speelt een belangrijk rol in deze ontwikkeling. Het zijn de smart contracts die het mogelijk maken om de nieuwe tokens/aandelen te creëren en te verkopen. Hoewel dit fenomeen al vele mensen erg rijk heeft gemaakt, is het tevens nodig om hier kritische kanttekeningen bij te plaatsen. De regelgeving omtrent effecten- en aandelenhandel bestaat niet voor niets.

ICO’s lijken op IPO’s, maar verschillen op belangrijke punten. Zo het is voor het lanceren van een ICO niet van belang dat je enige ondernemerservaring hebt of een ondernemingsplan hebt geschreven. Twee vrienden met een idee lijkt tegenwoordig genoeg te zijn om miljoenen binnen te harken. Ook is onduidelijk of je echt een aandeel in een bedrijf koopt. Krijg je stemrecht? En wat als de oprichter er met de buit vandoor gaat (zoals al een paar keer is voorgevallen)? Momenteel is veel onduidelijk over de potentieel negatieve kanten van deze ontwikkeling. Toch lijkt niemand zich er enorm druk om te maken omdat de koersen omhoog gaan.

Advies

Niet iedereen heeft de beste intenties. Tegelijkertijd zijn er veel mensen die graag snel rijk willen worden. Een combinatie van deze twee groepen levert vroeg of laat problemen op. Bent u van plan om op enigerlei wijze met cryptogeld te gaan ondernemen, ga er dan niet van uit dat er geen regels gelden. Anticipeer op de komende ontwikkelingen en zorg dat u vroegtijdig onderzoek doet naar een manier waarop bestaande regelgeving (waar mogelijk) toegepast kunnen worden.

Welkom bij de financiële revolutie (de waarde van één Bitcoin (BTC) is op dit moment 2959 euro).

Het bericht Coinrecht #8 – Initial Coin Offerings (ICO’s) & Crowdfunding 3.0 verscheen eerst op ICTRecht juridisch adviesbureau.

Categorieën: Technieuws

Rechter keurt opleggen ACM-boete goed voor overtreden retourregels

vr, 08/04/2017 - 16:20

Eerder schreven we in onze blogpost ‘ACM beboet webwinkels wegens overtreden retourregels‘ al over het persbericht waarin de ACM aangaf boetes te hebben opgelegd van in totaal EUR 500.000, omdat een webshop haar webwinkelverplichtingen niet naleefde. Kort geleden heeft de rechter dit boetebesluit rechtmatig verklaard.

In juli 2017 heeft de rechter de rechtmatigheid van het opleggen van de boete en de hoogte van de boete beoordeeld. De rechtbank besloot dat de boeteoplegging volledig rechtmatig en op voldoende bewijs is gebaseerd. Wel heeft de rechter de boete gematigd, vanwege de negatieve publiciteit die de boete voor de webshop heeft meegebracht.

Overtreding terugbetalingsverplichting

De webshop overtrad de regels bij het terugbetalen van een retour van een aankoop die via de webshop was gedaan. De webshop stelde onder andere als retourvoorwaarde dat een rekeningnummer op het retourformulier vermeld moest worden. Als niet aan deze voorwaarde werd voldaan, werd terugbetaald in de vorm van een waardebon.

De rechter oordeelde dat het door de consument uit eigen beweging niet vermelden van het rekeningnummer, niet kan worden gezien als een stilzwijgend akkoord op terugbetaling in de vorm van een waardebon, waardoor hier niet aan de terugbetalingsverplichting was voldaan. In sommige gevallen betaalde de webshop wel in geld terug, maar dan exclusief de verzendkosten van de heenzending. Ook dit was volgens de rechter een overtreding van de terugbetalingsverplichting.

Misleidende handelspraktijk

De webshop verstrekte verkeerde informatie aan consumenten. Consumenten ontvingen een e-mail waarin stond dat geen recht op terugbetaling bestond, maar op een waardebon indien het rekeningnummer niet bij de retour vermeld werd. Deze informatie is misleidend, omdat de rechten van de consument verkeerd worden uitgelegd.

De rechter oordeelde dat de consument door deze informatie een ander besluit zou kunnen hebben genomen, dan hij had genomen als de informatie wel juist was geweest. Hiermee kan volgens de rechter en de ACM het verstrekken van verkeerde informatie worden gekwalificeerd als een misleidende handelspraktijk.

Oneerlijke handelspraktijk

De webshop wachtte met terugbetalen, totdat de consument daarom vroeg (het piepsysteem). Dit is, volgens de rechter, in strijd met de professionele toewijding. Van een handelaar mag namelijk worden verwacht dat hij op eigen beweging terugbetaalt. Hierdoor kan de consument in het nemen van een besluit worden beïnvloed. Het niet uit eigen beweging op tijd terugbetalen van de volledige aankoopsom, kan daarmee volgens de rechter worden gekwalificeerd als een oneerlijke handelspraktijk.

Niet alleen informatieplicht, ook praktijk!

Je hebt als webwinkelier een brede informatieplicht. Je moet op je website over allerlei zaken duidelijk, correct en volledig informeren. Deze informatie moet ook nog eens gemakkelijk vindbaar zijn. Bij deze omschrijving van de informatie blijft het echter niet. In de praktijk moet je ook voldoen aan wat je beschrijft. Het is belangrijk dat je de rechten van de consument in de praktijk brengt. Doe je dat niet? Dan riskeer je een (hoge) boete van de ACM.

Waar moet je als webwinkelier op letten?
  • Informeer volledig, duidelijk en correct over het herroepingsrecht en de retourprocedure;
  • Stel het modelformulier voor herroeping digitaal beschikbaar en vermeld het retouradres;
  • Betaalt de consument de retourkosten zelf en kunnen de producten niet via reguliere post worden teruggezonden? Vermeld dan hoe hoog deze kosten ongeveer zullen zijn;
  • Betaal uit eigen beweging terug, wacht niet tot de consument hierom vraagt;
  • Betaal snel (in ieder geval binnen 14 dagen na herroeping) terug;
  • Betaal alles terug, ook de verzendkosten van heenzending (als de hele bestelling wordt geretourneerd);
  • Betaal terug met hetzelfde middel als waarmee de consument heeft betaald;
  • Breng geen kosten in rekening voor het terugbetalen;
  • Eis geen ongeopende of originele verpakking en breng geen kosten in rekening wanneer de verpakking is geopend of het een andere verpakking is. De consument mag het product beoordelen net als hij dat in de winkel had kunnen doen.
  • U mag wel waardevermindering in rekening brengen als de consument het product meer heeft gebruikt dan nodig was om om de aard, de kenmerken en de werking van de goederen vast te stellen.
Zeker weten dat je aan de wet voldoet?

Controleer je website goed en laat je informeren over de wettelijke verplichtingen en de rechten van consumenten. Overweeg bijvoorbeeld eens een juridische websitescan van ICTRecht, waarmee ook gekeken wordt naar de nieuwe privacywetgeving.

Het bericht Rechter keurt opleggen ACM-boete goed voor overtreden retourregels verscheen eerst op ICTRecht juridisch adviesbureau.

Categorieën: Technieuws

Pagina's